De blaren van de platanen en de lindebomen zijn al lang gevallen. Erger nog, de Kerstmarkt staat er nu al weken, die jaarlijkse marteling die wij van burgemeester Thielemans moeten ondergaan om Vlamingen en ander vreemd volk naar Brussel te lokken met nog ergere kitsch dan die van Manneke Pis. Dit jaar is Marokko gastland. Ze hebben op het Katelijneplein iets opgetrokken dat een grote feesttent moet voorstellen, met daar binnen in een soek. Nog maar eens een stereotiep, Arabieren leven in tenten, of in de soek. Waarom geen Riyad in triplex? Daarmee lok je tenminste toeristen naar Marrakech of Fez. Of een proeverij van Marokkaanse wijn. Marokko heeft 50 000 ha wijngaarden. Die leveren jaarlijks 298.000 hectoliter op. Dat zijn 37 miljoen flessen. Waha! Dat is natuurlijk geen stereotiep, maar wel aangenaam drinken. Saha!
Dansaert-Vlamingen
Wat Brusselhaters de Dansaert-Vlamingen noemen trekken zich, nu het koud werd, terug in hun schulp. Niet in de Dansaertstraat (daar wonen maar 11 Vlamingen, al de rest zijn Marokkanen of andere Brusselaar), maar in de kroegen van de Vlaamse Steenweg. Eigenlijk zou men die yuppies de Vlamingen van de Vlaamse steenweg moeten noemen. Maar Dansaert-Vlamingen klinkt natuurlijk meer denigrerend.
Ik duik weg bij Marie-Thérèse. De ruiten zijn bewasemd. Er zitten geen inwijkelingen van de Vlaamse Steenweg, die zijn alleen in het zomers terras geïnteresseerd. Wel kaartspelende Asturiërs en Galiciërs. Verder Brusselaars met dikke buiken van het bier, of juist graat mager van de sterke drank. Café-filosofen zoals ik, die hun hand aan hun rechterslaap houden om te tonen dat ze nadenken, niet om te gsm’en.
De tijd laten passeren
Het is vier uur en het wordt vijf uur. Winterse middagen, dat is de tijd laten passeren zonder aan iets speciaals te denken. Niet aan een boek waaraan ik werk, zelfs niet aan een tekst voor deze blog. Neen, ik lieg. Wel aan mijn blog en waarom het aangenamer is om hier te zitten suffen, op internet noemen ze dat chatten. Liever dat dan een scherminfectie oplopen.
Volgende statie. Bij Linda. Daar komen nu ook kerstmarktbezoekers. Om te pissen. Linda hanteert daarom nu twee prijzen voor haar pils. Het bord met de tarieven ligt nu onder de toog. De normale prijs voor de gewone klanten en voor de Kerstfanaten een automatische toeslag van 30 cent voor het pissen. 50 Cent als het is zonder te drinken. Maar de sfeer is niet je dat. Er wordt haast geen Brussels gesproken, laat staan dat er gezwansd wordt, want de standhouders die hier dagelijks een plat du jour komen eten – ja, ja en toch is het daar geen restaurant, maar een café- komen vooral uit Frankrijk.
De richards uit Parijs
Brussel wordt al een tijdje overspoeld door Fransen uit het noorden. Eerst kwamen de richards uit Parijs. Ze verkochten hun stek in Versailles en verhuisden naar de Tervurenlaan. Minder belasting, goedkoper wonen en beter eten dan in Parijs. En dank zij de TGV maar even lang onderweg naar hun bedrijf als toen ze nog in de groene gordel rond Parijs woonden. Nu arriveert de middenstand. Mijn nieuwe restaurant om de hoek is van mensen uit Rijsel, en ook de nieuwe bakker is daar vandaan. Die sprak na drie maanden al een mondje Nederlands. Brussel laat Frans-Vlaanderen niet los. Kunnen wij Nederlandstalige Brusselaars hiervoor geen extra dotatie krijgen binnen de financieringswet?
Dan maar Chez Henri. Een van de weinige Brusselaars die nog Bargoens kan klappen en die weet hoe hij een Stella moet tappen. Het publiek is er voor een stuk vierde wereld. Maar het is aan die mensen toch dat je moet denken als het Kerstmis wordt?
Antraciet
Tijd om te eten. Dan maar de Paon. Steak Cheval met poivre crème. De kachel brandt. Het is een kolenkachel. Ik ga er naast zitten. Er staan twee volle houillenbakken naast. Hoe zeg je dat weer in het Nederlands: kolenkitten. Ik riek de antraciet. Het doet me denken aan vijftig jaar geleden thuis. Een huis met drie kamers. Boven twee slaapkamers. Een voor mijn ouders, een voor mij, en op het gelijkvloers een waskot en een leefkamer. Geen living, maar keuken, salon, alles in een. Verwarmd door een Leuvense stoof, en antraciet. Mijn moeder vulde ze ’s avonds bij, hopend dat er ’s ochtends nog vuur in zou zijn. Een heel klein beetje, en dat gaf ijsbloemen op de ruiten. Ik mocht maar mijn bed uit als het vuur was opgerakeld en de ijsbloemen bijna verdwenen. De reuk van antraciet. Nu, hier in de Paon. Jeugdsentiment. Mijn avond kan niet stuk.
En toch. Er komen twee mannen binnen, overgeparfumeerd. Homo’s? Maar dat is niet wat me stoort. Dat weten Henri en Maxime (ik was op hun huwelijk, het eerste in Brussel). En Paul, die veertig jaar geleden mij negeerde. Omdat hij dacht dat ik met een jongen was, waar hij op geilde. Of Frank. Die ging bij de loge en wou mij ook bij zijn loge. Waarom niet? Maar wat bleek, hij was niet echt bij de loge. Maar als homo hadden ze hem in een ‘gemengde’ werkplaats gecaseerd. Zeg maar een ‘vrouwenloge’.
Nu wou ik wel weten welke carrièrevrouwen daar lid van zijn, en vooral ik wou ze zien in hun leren schortje, met hun truweel. Maar toch, trop is teveel zei Van den Boeynants, en van hem weet ik zeker dat hij niet bij de loge was. Terug naar mijn homo’s in de Paon. Niks tegen hen dus, wel tegen hun reuk. Die parfum, ik rook geen antraciet meer. Adieu, jeugdsentiment.
Het is koud, zelfs mijn verstand bevriest. Toch maar even op de computer gekeken op zoek naar een goedkoop ticket voor Marokko. Air Arabia, Brussel-Fez 49 Euro. Daar kunnen ze bij Ryanair een punt aan zuigen. En ik ga Marokkaanse wijn drinken, weg met de glühwein.
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod





