Ik heb iets met bomen. Dat merk ik, nu ik op mijn lievelingsterras zit, onder statige platanen. Het weinige beetje zon en de vele wolken maken dat hun blaren een wisselend groen lichtspel leveren. En ik word weemoedig want sommige blaren beginnen te vallen. Het is bijna mijn verjaardag en normaal is het mooi weer rond die tijd, midden oktober. Nazomer. U mag daar aan twijfelen, maar ik hou daar al dertig jaar statistieken over bij.
Bomen markeren periodes uit mijn leven. In het piepkleine tuintje waarin ik heb leren lopen stond maar een boom. Een perelaar die tot over ons dak reikte. Hij stond er al minstens twee generaties. En een vorige eigenaar had er het maximum uit gehaald. Hij had er zes soorten peren op geënt: jefkes, klapsen en namen van soorten die ik in het Brabants vergeten ben, maar van waar ik mij de smaak nog herinner. En vooral, de man wist iets van timing. Geen enkele soort was gelijktijdig met een andere rijp. Die perelaar, en zijn klapsen! Je beet erin en het sap stroomde langs je mond, langs je armen tot je ellebogen. Ik word sentimenteel als ik aan die perenboom denk. En ook aan de beukenbomen van het Zoniënwoud. Als we op bezoek gingen naar mijn heeroom in Tervuren namen we lijn 44 dwars door het grote beukenbos en de takken van de bomen zwiepten tegen de ramen van de tram.
Khartoem
Later associeerde ik bomen met de wc-raampjes van de huizen waarin ik heb gewoond. In Khartoem hadden we een grote binnentuin, zonder gras. Alle gras moest weg. Enkel aangestampte aarde. Want gras moest je besproeien en dat gaf muggen en malaria. Er waren alleen maar enkele eilandjes, gevormd door versleten autobanden opgevuld met aarde en daarin bloemstruiken, en een grote mangoboom. Die kon ik zien van op de pot, door het wc-raam. Mensen hebben verschillende redenen om lang op de pot door te brengen. Voor mij was het die mangoboom. Met van de beste variëteiten. Nasr als ik me niet bedrieg. Net als de voormalige Egyptische leider, de beste politicus die de Arabische wereld de laatste twee eeuwen heeft gekend. Mango’s. Het symbool van de Arabische penetratie in Afrika. De Kongolezen en de Swahili noemden in de negentiende eeuw alle Arabieren manga, omdat ze overal waar ze kwamen mangobomen introduceerden.
Rabat
In Rabat was het dan weer een palmboom. Vanaf ons balkon zag ik de Bou Regreg, de Glinsterende Rivier, die de scheiding maakt tussen de witte stad Salé en de bruine stad Rabat. Tussen beide zustersteden heeft hij een diepe vallei uitgegraven, waar felle winden waaien en waar bijna geen palmboom kan standhouden. Behalve die ene voor ons huis die ik zag kreunen onder de wind, telkens ik ons toilet bezocht.
Rijen palmbomen dan weer in Dar es Salaam. ’s Ochtends bij de eerste koffie op onze barza (arabisch, swahili en kongolees-nederlands voor terras) keek ik naar de lange rijen kokospalmen langs het strand waarin de brouwers van palmwijn het sap van de jonge notenscheuten aftapten om het later in de lokale bars te verkopen.
En nu in Brussel. Als de zomer echt is doorgebroken komen de lindebomen langs de Vismet in bloei en verdrijven met hun bedwelmende geur de autodampen. Lindebomen worden niet meer aangeplant. Als de rijpe vruchtjes vallen dan geven ze lijm af op het voetpad en op de geparkeerde auto’s. Vooral de autoritaire auto wil ze weg. En het stadsbestuur buigt onder die wind van uitlaatgassen.
De Paon Royal
En heel de zomer lang geniet ik van de platanen op het terras van de Paon Royal. Het koelste terras als het te warm is en het mooiste als er een wind opsteekt. Het doet mij altijd denken aan mijn lievelingsschilder Maurice Wyckaert, de enige abstracte die ik kan appreciëren. In mijn bibliotheek hangt al jaren zijn ‘Coup de Vent dans le Jardin’. Wyckaert was een Brusselaar met Westvlaamse roots, en Westvlamingen in Brussel, dat verfranst nog voor ze kinderen hebben. Vandaar zijn Franse titels voor zijn Brusselse schilderijen. Ik heb hem leren appreciëren door mijn voormalige VRT-collega Freddy de Vree. ‘Maurice Wyckaert schildert eigenlijk figuratief: hij werkt met ruwe kleurenvormen, maar hij laat de horizon weg, daardoor denk je dat het abstract is’ legde hij mij uit. Sindsdien herken ik in die Coup de Vent zelfs de verschillende soorten bloemen. En nu de blaren van de platanen op de Graanmarkt vallen onder een Brelse westenwind denk ik aan Wyckaert. Meer nog dan wanneer ik zijn schilderij bekijk. En ik bestel een Eau de Villée op mijn verjaardag.
@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod






07/10/2010 om 13:22
Mooi geschreven, Lucas. Die andere peren, waren dat misschien (dobbel) fluppen?
28/10/2010 om 10:11
Beste heer Catherine,
In de eerste alinea lees ik dat “…sommige blaren beginnen te vallen”.
Ik denk niet dat ik behoef te zeggen wat daar mis aan is.
Welgemeende groeten.