Vlaamse politici begrijpen niets van Brussel. Het is een Brusselaar die het u zegt. Daarom dat Brussel zo’n struikelblok is in de Belgische politiek. Die politici zouden beter, in plaats van eindeloos in kabinetten of in restaurants te vergaderen, eens door Brussel lopen en een paar monumenten bekijken. Ze zouden er veel van kunnen opsteken bij hun onderhandelingen. Maar ja, Vlaamse politici kennen alleen het parlement, hun partijhoofdkwartier en de restaurants er rond.
Ik wil ze even helpen. Aan de hand van enkele plekken die het ‘probleem Brussel’ duidelijk maken.
De ’t Serclaes-code
Primo, Brussel is ingewikkeld, maar je moet daar geen rekening mee houden. Stel een eenvoudige oplossing voor, en ze zal werken. Het monument dat deze stelling duidelijk maakt is dit van Everhard ’t Serclaes op de Grote Markt. Brussel was in 1536 in handen gevallen van de Graaf van Vlaanderen en ’t Serclaes bevrijdde de stad van dit ‘Vlaamse juk’ door over de wallen te klauteren en de gilden te mobiliseren. Zo werd Brussel niet Vlaams, maar weer Brabants, en dus Duits want wij behoorden tot het Duitse Rijk.
Toen het FDF als ultra-frankofone partij sterk werd in Brussel probeerde ze eerst Manneke-Pis te verfransen tot Le Petit Julien, maar dat lukte niet, daar liep zelfs geen enkele Japanse toerist in. En daarna wilden ze ’t Serclaes uitroepen tot nationale held, want die had de Vlamingen de stad uitgedreven. Tot hun frank viel dat die Vlamingen toen vazallen van de Fransen waren, en ’t Serclaes er eigenlijk voor gezorgd heeft dat zo de verfransing van Brussel met een paar eeuwen werd uitgesteld. Toen gingen ze op zoek naar een andere Brusselse held en die hebben zij nog altijd niet gevonden.
Kan u eigenlijk nog volgen met de Vlamingen die toen Fransen waren en de Brusselaars Dietsers en Duitsers? Moeilijk. Dat was ook het probleem voor de Brusselse gidsen toen met Expo 58 het massatoerisme in Brussel op gang kwam. Leg dat maar eens uit aan een Amerikaan of een Japanner. Om de grote Franse filosoof Sempé te citeren: « Rien n’est simple, tout se complique ». En zij hebben daar het volgende op gevonden. Een van de gidsen herinnerde zich dat tijdens de tweede wereldoorlog leden van het verzet afspraken aan ’t Serclaes en als herkenningsteken over de arm van het koperen beeld wreven. En dus vertelde hij die toeristen: wrijf maar eens over zijn arm dat brengt geluk. Met succes want er kwam zelfs een gat in die arm. Die hebben ze ondertussen wel hersteld.
Conclusie voor onze politici: als het te ingewikkeld wordt, zwijg erover en verzin iets eenvoudigs. Succes verzekerd.
De Anneessens-code
Tweede monument met een les. Dat van Frans Anneessens op het Anneessensplein. Anneessens werd in 1719 op de Grote Markt onthoofd als leider van de opstand tegen de Oostenrijkers. Het plein was voorheen de locatie van de Oude Markt, vandaar dat sommige oude Brusselaars het nog altijd de A â Met noemen. Toen Leopold II zijn centrale lanen aanlegde om Brussel om te toveren van hoofdstad van het Pajottenland tot Petit Paris en Klein Londen, wou hij daar een plein met een nationale held. Alle voddenverkopers moesten verhuizen naar het Vossenplein, dat de nieuwe A Met werd. De beeldhouwer Vinçotte kreeg de opdracht een levensgroot beeld van Anneessens te maken om het plein te versieren. En Vinçotte had daarmee een groot probleem.
In de archieven had hij tekeningen en etsen van Anneessens gevonden: een kleine, gedrongen man met een lichte bochel en een zware bierbuik. Niet echt de fysiek van wat van een nationale held werd verwacht. Op een dag liep Vinçotte mediterend over zijn probleem over het plein in aanleg en zag daar de laatste voddenraper of kasjoebereir zoals we in Brussel zeggen. Een man die weigerde te verhuizen naar de Marollen, een dwarsligger, rijzig en slank van figuur met een franke kop. Een ideale nationale held. En Vinçotte heeft hem als model gebruikt voor zijn standbeeld, niet de echte Anneessens. De enige kasjoebereir met een eigen monument, al is het onder valse naam.
Conclusie voor onze politici die zich over Brussel buigen: niets is wat het is in Brussel, en je moet daar niet van wakker liggen. Niemand die nu nog wakker ligt van het Grote Probleem dat Vinçotte had met Anneessens.
De Begijnhof-code
Derde plek waar je inzicht in Brussel kan krijgen: de Begijnhofkerk. De mooiste barok kerk van de Nederlanden schrijven de kunsthistorici. Dat geldt nog altijd voor de gevel – waar ik trouwens vanuit mijn appartement op uitkijk - , maar ze is uitgebrand. Van binnen niks meer. Daarom ook dat ze al vaak dienst heeft gedaan als logement voor asielzoekers. Maar toch. Ik was eens op stap met Brugse leraars, op zoek naar alle plekken in Brussel die met de kolonisatie van Kongo hebben te maken gehad. En ze werden zot van Brussel. Ze wilden nog meer zien, ook zaken die niets met onze voormalige kolonie te maken hadden.
Lui als ik ben, dacht ik gewoon aan de kerk naast mijn deur. Dus wij de mooiste barok kerk van de Nederlanden binnen en ik had ze gewaarschuwd, alleen de grafstenen zijn daar de moeite. In mijn achterhoofd dacht ik, interessant, want veel grafstenen in Brugse kerken zijn in het Frans, want Brugge was vroeger…. u weet dat nu. En hier zijn alle grafstenen van die zeventiende eeuwse begijnen en opperbegijnen in het Nederlands. Maar ik kreeg niet de reactie die ik verwachtte. Plots zegt een lerares: ‘Kik ne kee, een dt-fout.’ En inderdaad een prachtige dt-fout op de grafsteen van een opperbegijn. Nu weet ik waarom de zeventiende eeuw de Gouden Eeuw wordt genoemd. In het Brusselse diets van toen mochten dt-fouten.
Conclusie voor onze politici: als Brusselaars u een tekst voorleggen, ook al is hij in steen gebeiteld, weet dat wij onze eigen manier van schrijven hebben, en ons niet houden aan uw regels, maar aan de onze.
Als er nog problemen zijn, graag tot uw dienst, met in de aanbieding nog een paar monumenten en hun code.
@Allen: Uw reactie op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees die dus - mod






23/09/2010 om 15:42
ochottekes. Sommige Brusselaars wentelen zich nog meer in hun historie dan de strafste Vlaamsche vendelzwaaier met een guldensporenfixatie. Niet Uw regels, maar de onze, stelt de auteur. Niet onze centen dus, maar de Uwe. 500 miljoen ofte 20 miljard BEF is niet niks, overigens. En het bewijst weeral eens waar de echte separatisten zitten : die van Brussel, met hun gecultiveerde “Brabants” -provincialistische “identiteit”. Totaal voorbijgestreefde kladaradatsch. Nu Julien Vrebos nog opvoeren : waaile zaain gien Woele, waaile zaain gien Vloeminge, waaile zaain van Brüssel”.
Je mag van politici veel verwachten, Lucas, maar niet dat ze zich inleven in 17e eeuwse toestanden. Doet me ook een beetje denken aan Burgemeester Bob “Ganzendonck” Cools van Antwerpen : die boerkes uit andere landsdelen begrepen ook niks van de complexe Antwerpse ziel en haar specifieke noden. Ze waren alleen goed genoeg om de schulden van ‘t stad te betalen. Schulden die in belangrijke mate het resutaat waren van een bestuurlijke puinhoop.
23/09/2010 om 19:42
Zeer interessant. Ik ken nu een stuk beter die stad die Ik houd ervan. Bedankt. Christian
24/09/2010 om 09:27
Prachtig stukje, goed onderbouwd, leerrijk en toch licht verteerbaar, met een klare, licht ironische kijk op heden en verleden.
Maar met één grote fout!
Dat Brussel niet Vlaams was en datzelfde Vlaanderen ooit Frans, dat mag je niet zeggen. Dan gaan de De Weveriaanse stoottroepen en andere milities van vlaams belang stijgeren. Want dan trek je de Streuvelse voetmat van onder hun wankel wereldbeeld. Nooit meer doen dus. Net zomin als je mag zeggen dat de Leeuw van Vlaanderen geen woord Vlaams sprak, maar ’s morgens de dingen groette met een welgemeend Bonjour. Mag niet, Lucas.
24/09/2010 om 14:16
Interessante literatuur maar de realiteit is totaal anders. Ik ken niets van de cultuur van Brussel maar ik heb als Vlaming 40 jaar in Brussel gewerkt en heb meermaals moeten vaststellen dat de winkelcentra en de toeristieke plekjes mijn taal niet verstonden en het zeker niet spraken. Het enigste wat ze verstonden was het geld die we moesten betalen als we iets aankochten.
Hans Becu heeft dus gelijk. Als Brussel veel geld nodig heeft dan moeten ze het gaan zoeken bij henzelf maar niet bij de Vlamingen die ze miskennen. Gelukkig is er de laatste tijd een kleine kentering ten goede.
24/09/2010 om 14:31
Lucas Catherine wijst er ons op dat we elkaar meer verhalen moeten vertellen. We moeten elkaar maar eens de geschiedenis van België trachten uit de doeken te doen. Om er dan al snel achter te komen met hoeveel vlaggen en vaandels we hier de voorbije eeuwen hebben rondgelopen. Misschien beseffen we dan ook dat een onafhankelijke Vlaamse staat een even grote mythe is als eens de creatie van een onafhankelijk België. Na het verhalenuurtje kunnen we ons dan eindelijk richten op de realiteit en de problemen van het huidige België aanpakken en ophouden met dat oeverloos gelal aan beide kanten van de zogenaamde ‘taalgrens’.
24/09/2010 om 16:14
Geschiedenisvervalsing en hun gebrek aan culturele ontwikkeling zijn dus de voornaamste zaken waarop Brusselaars trots kunnen zijn. Zeer leerzame blog.
24/09/2010 om 16:55
Helemaal akkoord met de laatste schrijver (Johann Aschenbach): mekaar meer verhalen vertellen, zich richten op de realiteit, de huidige problemen aanpakken, niet zeuren over het verleden, maar bouwen aan een toekomst, voor iedereen.
Heeft er trouwens al eens iemand in dit surrealistische land met zovele parlementen, regeringen, commissies en dergelijke, een serieuze, objectieve studie laten uitvoeren over de kosten-batenanalyse van een eventuele splitsing van het land? Denken de hardwerkende Vlamingen echt dat de wereld wakker ligt van hun drang naar zelfstandigheid? Geloven jullie echt dat Europa nog kiest voor Brussel als hoofdstad als de communautaire spanningen aanhouden?
Het zou behoorlijk kunnen tegenvallen, die eigen natie-staat. Misschien kunnen we ook de hertogdommen of de provincies terug in het leven roepen. Koos de stad Gent al niet unaniem voor een republiek onlangs?
24/09/2010 om 19:15
Typisch gezwets van de zelfproclaimed 3de soort Belgen, naast Nedelandstaligen en Franstaligen zou er de Brusselaar zijn. Onzin.
Ten tweede graafschap Vlaanderen of hertogdom Brabant, that is not the issue de taal was Diets ( en Germaans niet Romaans van oorsprong)
Vervolgen: toen de franstalige schilder Roger de la Pasture in 1436 in Brussel kwam wonen veranderde hij zijjn naam in Rogier Van Der Weyden, Brussel was namelijk 100% een Nederlandstalige (en Vlaams is een vorm van Nedelands)stad.
Nu gij terug
25/09/2010 om 10:12
Nee, Ik ben echt kwaad als ik dergelijk subjectief, sentimenteel en niets ter zake doend gezwets moet lezen.
Kan iemand mij een logische, rationele verklaring geven waarom Brussel 20 bestuursniveau’s moet hebben. Londen met meer dan 16 miljoen inwoners heeft één burgemeester, geen 19.
Ach ja, Brussel is de hoofdstad van Europa; wel dan is New York met de zetel van de VN de hoofdstad van de wereld; toch heeft het ook maar één burgemeester.
Belgie moet confederaal worden met 2 en één hoofdstad!
Of we kunnen natuurlijk ook van Antwerpen een een gewest maken: het Antwerpse Haven Gewest met 9 burgemeesters, dat lijkt me wel wat.
26/09/2010 om 11:41
Ja, beste Helmut, en de graven van Vlaanderen (de zogenaamde helden van de vlaamse beweging) spraken Frans.
Tot zover dit argument (voor zover de taaltoestand van 7 eeuwen geleden er al één was).
En nu gij terug.
02/10/2010 om 15:18
Ik ken Brussel en haar geschiedenis onvoldoende om het waarheidsgehalte van de drie codes te beoordelen. Als ze niet waar zouden zijn, blijven het schitterende vondsten! En ze zijn op een onderhoudende manier gebracht. Als de politici van vandaag ze nu ook nog zouden lezen? En de Brusselère van vandaag?
05/11/2010 om 14:44
Van het particuliere moet jij het hebben, Lucas. Dit staat je niet echt als voormalig wereldburger. Er zal wel een onderstroom van humor in je stukje zitten maar eerlijk: dat over de bomen, daar kan eenieder inkomen. Dit over Brussel, kan de boom in. Dat je vanuit het toilet naar bomen zit te kijken, daar doe je geen kwaad mee. Maar dat je Brussel iets toeschrijft en toeschuift waardoor het bestaansreecht behoudt in zijn huidige vorm, is bij het haar gegrepen. Het mag een hoofdstad van een land nu eenmaal niet gegeven worden een eilandpositie à la Houllebecq of zo in te nemen. Het komt een hoofdstad toe een sleutelpositie in te nemen. Nog meer bomen, graag.