Niks zo goed als een goeie betoging op een zonnige zondag, zeg ik altijd. Je komt eens buiten en onder de mensen.
Op het plein naast mijn deur hield de Brusselse SPa op haar eentje een 1 meifeest. Veel jong volk, nogal hip. Lawaaierige muziek, veel drank en alleen maar standjes van SPa, zelfs niet van de vakbond. Geen werkvolk. Niemand die ik kende en geef toe als je al een halve eeuw links bent, dan ken je volk.
Ik heb nochtans vrienden bij de socialisten. Maar die zagen Pascal Smet niet zitten en hebben zich dan maar aangesloten bij de PS, tendens Thielemans en pikken bij de verkiezingen stemmen af van Smetje. Tendens Thielemans, want de PS heeft in Brussel zoveel tendensen als er gemeenten zijn. Dan maar naar Place Rouppe waar de grote jongens van de PS hun feest hadden, maar wel eerst een aperitief gaan drinken bij die van de PVDA.
De revolutie is als een fiets
Onder weg kwam ik Michel Vélo tegen, ook op zoek naar veel rood op straat. Natuurlijk heet Michel niet zo. Maar hij is van Pro Vélo en gebruikt zijn fiets als agitatiemiddel. Ieder jaar trekt hij met een groepje Brusselaars naar Kongo en dan gaan ze daar een paar honderd kilometer fietsen op onbestaande wegen en ze laten zich sponseren per kilometer. Voor het goede doel. Hij duwde mij een pamfletje in de hand met het volgend project van zijn groep: Met de fiets dwars door Brussel, van Anderlecht naar Flagey ter promotie van de Boycot Israël campagne. Michel is een echte Merckx-ist. Je kent toch die uitspraak van Merckx: “De revolutie is als een fiets. Het moet vooruitgaan of je valt om.”
Ik moest mij een beetje haasten, want die van de Pvda sloten hun kot om één uur, daarna zouden ze ook naar Place Rouppe trekken. Het was er warm, de pils was lauw en er was een speech. Over Carrefour en of we wisten hoe lang een kassierster daar zou moeten werken om evenveel euro’s op haar rekening te hebben staan dan de hoofdaandeelhouder van Carrefour? Honderd jaar? Duizend? Neen, twee miljoen jaar. Dat vond het publiek straf, want er stond nogal wat volk van Carrefour rond mij, en ook veel Marokkanen. Rekkenvullers van bij Carrefour. Divers volk.
Ik kwam er zelfs twee gepensioneerde VRT-collega’s tegen en je weet hoe dat gaat. Het trekt daar in de Reyerslaan op niks meer. Arrogante interviewers, kleuterige presentatoren, lullige programma’s. Hun website is tegenwoordig beter dan wat op antenne gaat. De Internationale van de knorrende knarren. Dan maar een luchtje scheppen.
De Stalingradlaan
En wie zit daar op de stoep een sigaretje te roken? Misjiel Najjar. Palestijn en artiest Zeker in tien jaar niet gezien, en verouderd!, maar ja, hij is nu zevenenzeventig. En maar verhalen vertellen. Heel zijn leven moest erdoor. Blijkbaar een tic van mensen die hun laatste dag zien naderen. Hoe hij in 1948 uit Akka was verdreven. “Neen, niet gevlucht. Ik heb me zelf nooit een vluchteling genoemd. Een balling, ja dat was ik,…”
Kom Misjiel we gaan iets drinken op de Place Rouppe, bij de dochter van de Comme Chez Soi. Want dat is het mooie aan dat plein. ’s Middags komt het kapitaal dineren bij de vader en bij de dochter in het café ernaast komen de vakbondsmensen van rechtover voor 9 Euro een dagschotel eten. Mooi oud café dat ze gelukkig niet hebben verknoeid en met een groot terras en veel zon.
Misjiel had honger. We liepen langs de Stalingradlaan, een mooie gerenoveerde laan, met in het midden een brede groene wandelstrook, op andere dagen vol Marokkanen, nu vol standjes en aan eentje met als opschrift A bas la République Islamique kochten we een broodje kefte. De klant voor ons was zo’n typische werkman met een grote boekentas. Daarin propte hij twee sandwiches, ook eentje met een spinaziebereiding.
‘Da vinde bij ons op ’t dorp niet, hé. Ik doe dat altijd als ik zo eten zie dat ik niet ken’, en hij stak de sandwiches in zijn boekentas. ‘Voor vanavond, wat wil je, als je geen vrouw hebt om voor u te koken. ’ Ik zie hem vanavond al zitten voor zijn tv met een six-pack en zijn twee Iraanse sandwiches.
Stalin çi en Stalin ça
‘Het brood is te papperig, en ze hebben er geen taratoer op gedaan’ Misjiel was teleurgesteld, maar hij beet gretig. Het volgende verhaal moest even wachten.
‘Weet ge nog hoe ik in Weimar heb tentoongesteld en dan een kalligrafie mocht maken voor het graf van Thälmann, de communist die opkwam tegen Hitler…’
Van communisten gesproken, kijk Misjiel we lopen hier in de Stalingradlaan. En weet je dat het gemeentebestuur die laan een andere naam wou geven, want je kent dat: Stalin çi en Stalin là. Maar ja, Stalingrad was toch ook de eerste grote nederlaag van de Nazi’s… Ze geraakten er niet uit.
En toen kwam de PS met een compromis. Ze zouden de naam van de laan bewaren, maar de wandelstrook in het midden kreeg een aparte naam, Rosa Luxemburg-Promenade. Dat was tenminste een democratische Rooie. Als het om compromissen gaat is de PS tot veel in staat. Er is nog hoop voor BHV als Di Ruppo er zich achter zet. Ik zie het hem al zeggen, zit mijn strikje goed en dan recht in de camera: ‘Wij moeten BHV niet splitsen, laten we in plaats daarvan beter twee BHV’s maken, dat is de oplossing: Brabant-Halle-Vilvoorde, c’est le Beehasjvee flamand et Bruxelles-Hôtel de Ville, BHV-francophone.”
Mojito met Cubaanse rum
Ik heb Misjiel achtergelaten in het Café van de dochter van de Comme Chez Soi. Teveel verhalen. Eigenlijk had ik hem moeten voorstellen om mijn blog over te nemen. Verhalen genoeg. Maar hij kent alleen Arabisch en Engels.
Ik ben toch nog eens langs de 1 Mei van Smetje gepasseerd en heb er een Mojito gedronken. Mojito met Cubaanse rum. De enige bijdrage tot het socialisme die ik mij van Steve Stevaert kan herinneren. Hij was lauw, te veel spuitwater en de munt slecht gekraakt. Ik heb hem half leeggedronken in de afvalbak gekieperd en ben dan maar een Stella gaan drinken in het socialistencafé Au Laboureur. Normaal zit daar het werkvolk van de wijk, en ook wat nieuw aangespoelde Nederlandstalige Brusselaars. Nu zat er alleen werkvolk. De rest was naar de 1 Mei van Smetje.
@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod





