Weblog Lucas Catherine

Kaas

26 / 04 / 2010

Iedere dag denk ik aan Willem Elschot. U moet daar niet echt veel achter zoeken. Dat komt namelijk omdat wanneer ik wandel van mijn ene Brusselse stamcafé in de Vlaamse steenweg naar het tweede, ik passeer langs het nummer 62 en hier situeren zich de verhalen Lijmen en Het Been. De firma P. Lauwereyssen, forgeron die 100.000 exemplaren van het Wereldtijdschrift bestelde. “Je rijdt de wagens de gang in tot bij de poort van de werkplaats en daar los je de kisten.” zei Boorman tegen Laarmans. U herinnert het zich wel, of dat zou u moeten. Elschot is de enige ‘Vlaamse’ schrijver die ik aan anderstalige vrienden die Nederlands leren aanraad om te lezen, samen met Douwes Dekker, ook al een makelaar in goederen en literatuur. Met mijn excuses aan Tom Lanoye en postuum ook aan Hugo Claus.

Een wisselvallig parcours

Maar nu speelt het verhaal Kaas door mijn hoofd. Dat komt zo.
Mijn vriend Sulaiman, een Palestijn, heeft nog maar eens problemen. Die heeft hij heel zijn leven al gehad. In 1948 als baby met zijn familie door de zionisten verdreven naar Gaza, na de oorlog van 1967 verdreven uit de Westelijke Jordaanoever, waar hij zijn vrouw had leren kennen en gevlucht naar Oeganda. Daar begon hij met import van Engels textiel. De zaken draaiden goed, tot Idi Amin alle Aziaten – dus ook de Palestijnen – het land uitzette. Via Soedan vluchtte hij toen naar Libanon, met een grote kartonnen doos vol Oegandees geld. Waardeloos, zelfs niet om op de plee te gebruiken. Hij kon weer van vooraf aan beginnen. Hij startte een speelgoedfabriek op. De zaken draaiden goed, tot de burgeroorlog uitbrak, weer op de vlucht.

Nu naar Tanzania. Daar richtte hij met zijn broer een meubelfabriek op. Niet echt een succes. Dan maar een bakkerij. Zo leerde ik hem kennen. Toen ik in de jaren 1980 in Dar es Salaam woonde ging ik er mijn brood kopen. Frans brood, maar ietsje te slap. Zijn baguettes plooiden door. Wanneer ik weer in Brussel woonde kwam hij op bezoek. Marokkaanse vrienden in de bakkersstiel hebben hem dan een opleiding gegeven –bedankt Mohamed, bedankt Mustafa-. Zijn baguettes bleven nu recht en hij leerde koffiekoeken maken. De expatriates in Dar es Salaam waren wat blij. Geen sembe of niet te vreten Engels brood, maar baguettes!

Kaas in Tanzania

Ondertussen is het positief geëvolueerd in Tanzania, toch voor de expatriates. Ze willen nu meer dan alleen maar stijve baguettes en er is veel concurrentie. Daarop kreeg Sulaiman een idee. Kaas! Hollandse kaas, Belgische Kaas, Cheddar, Edam!
Hij was zoals de Laarmans van Elschot. Alles werd kaas: -ik citeer Elschot uit het hoofd, uit de inleiding: Kaasdroom, Kaasdag, Kaascampagne, Kaasschip, Kaashandel, Kaasbol, Kaastrader, Kaasellende, Kaasbeproeving.

En hij stuurde zijn zoon Hussam naar Brussel. Maar die spreekt alleen Arabisch, Amerikaans en Swahili. Geen talen waarin je kaas kan kopen. Ik werd kaastolk. Sindsdien heb ik niet alleen het verhaal van de volvette Edam van Elschot herlezen, en hoe Laarmans met een container van twintig ton bleef zitten, maar ken ik alles van Gouda kaas. Ik ken nu het verschil tussen Noord-Hollandse en Zuid-Hollandse, niet alleen het verschil in kwaliteit maar ook in Euro. Ik weet waar West-Beemster, Midden-Beemster en Beemster –tout-court- ligt. Ik ken kaashandelaars van Steenokkerzeel over Halle tot Schaarbeek.

Kaaskoppen

Bij het woord Kaaskop denk ik niet alleen meer aan Hollanders, maar ook aan Belgen en Marokkanen. De goedkoopste kaasdeal konden we maken met een Brusselse Marokkaan. Twee euro, vijf en veertig per kilo. Zo ken ik nu de winstmarge van Langhendries, mijn kaaswinkel in Brussel. Toch blijf ik trouw hun klant, want ik ken nu alles van kaasproblemen.
Ons probleem is het transport. Kaasboeren worden niet rijk. Maar expediteurs! Eigenlijk niet haalbaar want dat levert verkoopprijzen die zelfs een expatriate niet wil betalen. Dan vreten ze liever namaak-Gouda uit Kenia.

Crisisberaad

Waarop wij een crisisberaad hebben samengeroepen - laten we zeggen de Board of Advisers van Saada Enterprises, Dar es Salaam - in koffieconferentie bijeen in Brussel. Lering trekkend uit de lotgevallen van Laarmans –zeg dan nog dat literatuur geen economische impact heeft- hebben wij beslist een kaascrisis te vermijden, geen kaasdrama of kaasdebacle. We zullen overschakelen naar plan B, met de B van België. We sturen Mohamed en Mustafa op vakantie naar Dar es Salaam. Daar geven ze Sulaiman een spoedcursus in het maken van éclairs, kramiek, bavarois en matadi’s – Dar es Salaam ligt niet voor niets in Afrika- zo hoef je niks te importeren: bloem en werk in overvloed in Afrika en met patisserie, zeker als er veel slagroom opzit, is geld te verdienen. Vraag het maar aan een Marokkaanse bakker. Na deze niet zo orthodoxe vorm van ontwikkelingshulp kunnen Mohammed en Mustafa vakantie nemen en Zanzibar bezoeken, Arabische parel aan de Afrikaanse kroon. Misschien ga ik wel mee. Na dertig jaar, terug naar Zanzibar?

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums - mod

4 Antwoorden op “Kaas”

  1. Frank Zegt:

    Schitterend verhaal mijnheer Catherine. Ik heb het zitten lezen met stijgende nieuwsgierigheid naar de ontknoping ervan en met de glimlach op mijn gelaat toen die kwam.

  2. Anna Chavet Zegt:

    Erg plezant stuk. Met veel genot gelezen…. Bedankt daarvoor.
    AC

  3. Martijn Zegt:

    Merci voor het sublieme verhaal.
    Ontwikkelingshulp met een twist.
    Zijn Brusselse wafels ook geen idee? Met mango in plaats van aardbeien?

  4. Nathalie Zegt:

    Oef, eindelijk nog eens een plezante blog hier! Meneer Cathérine, als u terug naar Zanzibar gaat, wanneer komt uw nieuwe boek er dan over uit? Ik wacht met spanning af…!

Plaats een antwoord op het bericht