Weblog Lucas Catherine

Ze doen hun werk niet

09 / 02 / 2011

De Banken doen hun werk niet meer. Lang geleden, op de lagere school heeft de Meester mij uitgelegd wat een bank doet. Wij gewone mensen hebben spaarcentjes, maar kunnen daar maar weinig mee aanvangen tenzij oppotten, daarom geven wij die aan de bank die al die centjes in een grote portefeuille steekt en daarmee bedrijven aan kapitaal helpt. En in ruil is die bank heel vriendelijk voor ons en betaalt ons ieder jaar een fikse stuiver rente. Maar zoals gezegd, dat is lang geleden. Net als iedereen kreeg ik in januari de afrekening van mijn zichtrekening: opbrengst: 4,68 Euro. Kosten: 49,14 Euro. En ik ben nooit onder nul geweest.

Meewarige blikken

Ik betaal dus zo’n 45 Euro aan de bank om mijn geld bij hen te mogen plaatsen, en, maar dat zeggen ze er niet bij, omdat ik hun werk niet wil doen, want die kosten gaan vooral om overschrijvingen die ik nog altijd op papier doe. Ik weiger op mijn kosten, met mijn computer, mijn printer en mijn inkt overschrijvingen te maken of rekeningsstanden af te printen en daar mijn tijd in te steken. Dat is hun werk. Daarmee houden ze hun bedienden aan het werk. Maar die bedienden sturen mij om de zoveel tijd een brief met de vraag of ik geen computeropleiding wil voor internetbankieren. Nein, danke. En daarom bekijken ze me meewarig als ik het kantoor binnenstap en nog maar eens een overschrijvingsformulier in hun bus gooi. ‘Die gepensioneerde kan nog altijd niet overweg met een computer’. Ik laat ze denken.

Te veel en slechte risico’s

En ik heb vorig jaar niet alleen die 45 euro betaald, maar ook, samen met u, hoeveel miljard was het weer, om onze bank te redden. Ze hadden te veel en slechte risico’s genomen. En bankiers mogen dat blijkbaar want zij zijn geen ondernemers. Als twee jonge gasten een nieuw restaurant beginnen in mijn straat, een hele investering in geld en werk, dan nemen zij risico en als het ze niet lukt dan dragen zij het risico, maar voor banken geldt dat niet. En dankzij die staatssteun hebben ze zelfs weer massa’s winst gemaakt. En daarop hebben KBC of Dexia nul euro belasting betaald. Daar doen ze niets onwettigs mee. Er zijn namelijk zes aparte wetten voor belastingaftrek die enkel voor bedrijven tellen, niet voor u en mij. En dan heb je die bonussen. In hun beheerraden.

Vrijkaarten

Nu zit ik zelf in een raad van bestuur, maar dan wel van een cultuurhuis en daar krijg je geen bonussen, zelfs geen zitpenningen. Hoogstens, als een vergadering wat uitloopt een broodje. Meestal dan nog zo’n modieus iets met, wat er ook verder moge opliggen altijd, altijd zongedroogde tomaten. Ik kan geen zongedroogde tomaten meer zien. En ja, je krijgt ook vrijkaarten. Dat is dan betaling in natura. Waarom doen bedrijven ook niet aan betaling in natura? Neem nu, onze vroegere vakbondsman Jean-Luc Dehaene. Bij Inbev kreeg hij 2,7 miljoen Euro aandelenopties. Laten we dat eens omzetten in natura. Dat zijn 193.000 bakken Stella. En als je die allemaal achter elkaar zet kom je aan een rij die 85 km lang is. Net de afstand van zijn stoep in Vilvoorde tot het stadion van Club Brugge. Dat zou mooi zijn voor Jean-Luc, nooit meer dorst op weg naar een match.

Op mijn manier

Ook de politici doen hun werk niet. Of toch een deel van hen, want we hebben nog altijd geen regering. Ik ben de tel van de dagen kwijt. En wat helpt? Betogen? Kamperen voor Wetstraat 16? Of doen zoals de Walen die op bevel van Benoit Poelvoorde hun baard laten groeien, zoals de flaminganten? Ik doe het op mijn manier. Ik ga in staking. Als zij hun werk niet doen. Ik ook niet. Zolang we geen regering hebben die België niet ontmantelt, maar hervormt, en sommige politici hun werk dus niet doen, staak ik. Zolang bonussen niet in natura worden uitbetaald schrijf ik geen teksten meer op deze blog. In de Arabische wereld lanceert al wie revolteert jasmijn-revoluties, wel dit is mijn allerindividueelste Brusselse pissebloem-revolutie.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforms; lees ze dus - mod

Je maintiendrai

20 / 01 / 2011

Sporen naar Nederland is altijd een beetje reizen, meer nog avontuurlijk reizen. Ik doe het geregeld. Een van mijn dochters woont al jaren in Amsterdam en ze heeft mij nu voor de tweede maal bompa gemaakt. Die kleinkinderen moeten toch af en toe hun bompa zien. Nu zijn de Nederlandse Spoorwegen nog onbetrouwbaarder dan de Belgische. Daar gaat het niet alleen om vertragingen. Zo heeft mijn Hollandse trein eens een vol uur vast gezeten 500 meter voor het station Roosendaal.

Slechte herinneringen

En aan dat station heb ik slechte jeugdherinneringen. Je moet weten, ik ben de zoon en de kleinzoon van een spoorman. Dus als ik kanker over de spoorwegen, dan kan ik vergelijken met vroeger. Als spoorlegger kreeg mijn vader gratis kaartjes. Toen ik zo’n jaar of zes was besliste mijn moeder dat ik dringend de bloembollenvelden van Holland moest gaan bewonderen. Ik, die toen nog niet verder dan de watervallen van Coo was gespoord. ‘Maar ge moe nie ongerust zijn, zei ze, ze spreken daar dezelfde taal als wij.’ Tot we in Roosendaal kwamen. Iedereen moest uit de trein voor douanecontrole. Toen bestonden er nog grenzen. En van wat die Nederlandse douaniers vertelden verstond ik dus niets, niks en toch waren het ook Brabanders.

En nu laatst, op nog geen honderd meter van Amsterdam-Centraal stopt de trein. Een vriendelijke conducteur roept iets om. Wij zullen even moeten wachten. Er staan een paar treinen defect in het station en enkele wissels zijn onklaar. Er is voorlopig voor ons geen platform vrij. Na twintig minuten was het opgelost. Normaal duurt zo’n rit 2 uur veertig, nu dus drie uur. Op die tijd reis je, voor minder geld trouwens, met het vliegtuig van Brussel naar Tanger.

Geen Hollandermoppen

Ik hoor u al zeggen, tja , die Hollanders. Maar daar doe ik niet aan mee. Voor mij geen Hollandermoppen en geen venijnige opmerkingen over Nederlanders. Een typische uiting van ‘Vlaamse xenofobie’. En weet je waarom? Omdat wij denken dat wij dezelfde taal spreken, en daaruit concluderen dat zij in alles hetzelfde horen te doen als wij Belgen. Maar dat klopt niet. En dat geeft frustratie. Niet alleen praten we anders – kijk maar naar de ondertitelde programma’s op onze zenders- maar wij schrijven zelfs anders. Als ik een tekst inlever voor een Nederlands blad, dan wordt mijn taal ‘opgehollandst’.

En dat irriteert ons. We verwachten eigenlijk van hen dat ze zijn zoals wij. En we zijn nu eenmaal anders. Gescheiden door ons beider Nederlandse taal.

Mijn ‘Hollandse’ kleinkinderen staat nog wat te wachten telkens als ze naar het zuiden afzakken. Gelukkig is dat niet naar Antwerpen, maar naar Brussel. Daar vallen Hollanders minder op. Het zijn daar allochtonen als een ander.

Brussel bij Nederland!

Dat laatste vind ik eigenlijk jammer, want ik heb een droom. Als België ooit zou worden gesplitst, dan stel ik voor om Brussel bij Nederland te voegen.

Uit louter opportunisme is het een goede keus voor Holland. Zo kunnen wij samen, de haven van Brussel en die van Rotterdam, die van Antwerpen omsingelen. Niet de Westerschelde zal dan worden uitgediept, maar het kanaal Brussel-Willebroek. Dat kanaal was eertijds een glorieus idee van Keizer Karel die toen vanuit Brussel, onze gezamenlijke hoofdstad, niet alleen België en Nederland bestuurde, maar ook Duitsland en Spanje en Latijns-Amerika en de voornaamste steden van Noord-Afrika.

En Nederland heeft een koningshuis van Franse origine, uit Orange. Daar kan het FDF toch geen bezwaar tegen hebben.

En de stad Brussel gebruikt nu, naast Nederlands en Frans, ook al het Engels als taal naar het publiek. Taalproblemen kan dat niet opleveren.

Geen nieuwe helden

En bij die versmelting van Brussel met Nederland moeten we ook geen nieuwe nationale helden uitvinden. Willem van Oranje heeft al zijn standbeeld op de Zavel, naast Belgische helden als Egmont en Hoorn en Vesalius. Meer nog, de schrijver van het Nederlandse volkslied was een geboren en getogen Brusselaar, Marnix van St Aldegonde. Zijn huis staat nog altijd in de Hoogstraat. Er is enkel een nis in de gevel gemaakt om er zijn beeld in te plaatsen. Het Wilhelmus moet alleen nog vertaald worden. Dat kan geen probleem op leveren, trouwens wij Brusselaars beperken onze volksliederen tot mee neuriën, en als we er een tekst op zingen, is dat meestal een scabreuze versie, zoals die van de Brabanconne (O Vaderland onze ezel kan niet schijten, zijn gat is toe geplakt met wit en zwart papier…).

En onze nieuwe nationale wapenspreuk? Die van Nederland, die is toch al in het Frans, Je Maintiendrai.

En ik heb Nederlandse voorlopers. Twee van de beste Hollandse schrijvers kwamen naar Brussel om hun ding te doen: Multatuli en Willem Frederik Hermans.

De annexatie van Leuven

En…Ik vrees alleen dat sommige Vlaams -Nationalisten dan toch Brussel niet zullen willen loslaten, alleen maar om de Hollanders te koeioneren, of erger nog, dat Groot-Nederlanders als Louis Tobback dan ook de annexatie van Leuven zullen eisen, om daar de nieuwe hoofdstad van te maken.

Ik begrijp nu waarom de politici niet uit die grondwettelijke knoop geraken. Zelfs de meest logische oplossing, is niet meer mogelijk. Brussel weer hoofdstad van Nederland, zoals in 1815.

Gauche caviar

Als troost ben ik maar een cocktail gaan drinken in den Amigo, vroeger een gevangenis gerund door de familie De Vrunt en door de Spanjaarden indertijd fout vertaald als Amigo, nu het poepchicste hotel van Brussel. Black Truffle Goose. Kost het dagloon van een werkman. Maar ik had een gratis degustatiebon, gekregen van mijn schoonzus die bazin is van een vrouwenblad. En vrouwenbladen zijn als Playboy. Iedereen leest het alleen maar voor de foto’s en de advertenties,waaronder in dit geval deze voor de cocktail. Gauche caviar. Maar iedereen is omkoopbaar. Ik met drank.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

De meridiaan van Brussel

05 / 01 / 2011

 

Dooi. We glijden niet langer uit op de bevroren stoep tussen de niet-opgehaalde vuilniszakken. Omwille van de sneeuw en de opwarming van de aarde, zeggen de mannen van de ‘mestbak’, zoals wij vroeger die van de vuilkar in Brussel noemden. Geef toe, zij weten zich te verantwoorden om toch nog hun nieuwjaarsfooi op te strijken. We kunnen weer op stap. Brussel, here we are! Zoals op alle andere dagen, maar nu weer on the move. Wij gaan op vadrouille.

Niet groen maar blauw

Niet naar het groen. Voor mij geen Zoniën of Laarbeekbos. Ik haat groen. Mijn lievelingskleur is blauw. Het blauw van de avond en de nacht. Niet het groen van de natuur, maar het blauw van de stad. Geef mij maar asfalt in plaats van gras. Ik denk er dus niet aan om langs de Groene Gordel rond Brussel te stappen. Nu niet en nooit niet. Veel te ver van mijn bed en te ver van de stad. En die Gordel doet mij denken aan al die Gordelaars die Brussel haten en het daarom jaarlijks omsingelen en belegeren in naam van de sport en de politiek. Ik wil Dwars door Brussel. Vroeger een wielerklassieker, nu mijn eerste uitdaging van dit nieuwe jaar.Ik wil door Brussel stappen en stoppen waar Brussel stopt. En hoe dwars ga ik door Brussel? Wel, via de meridiaan van Brussel.

De oculus

U kent waarschijnlijk alleen maar de meridiaan van Greenwich, maar in principe heeft iedere plek op aarde zijn eigen meridiaan of middaglijn, namelijk de lijn gevormd, precies op het middaguur door de zon doorheen een kleine opening (oculus) en gestraald op de grond. Eigenlijk hetzelfde als wat een zonnewijzer doet, maar dan alleen op het middaguur. En de nulmeridiaan die lag lang geleden waar men dacht dat de wereld begon.

De oude Grieken en ook de Arabieren hadden hun nulmeridiaan gesitueerd op de meest westelijke plek van de wereldbol die ze kenden, de Kanarische Eilanden, in het Arabisch Al Khalidat, de Gelukzalige Eilanden. Na de ontdekking van Amerika ging Europa zich belangrijk voelen en ging iedere Europese hoofdstad: Parijs, Rome, Londen zijn eigen, officiële nulmeridiaan gebruiken, en die passeerde door de navel van de wereld, hun wereld, hun hoofdstad. De Nederlanden hielden nog een tijdje vast aan die oorspronkelijke nulmeridiaan maar later zal ook Brussel volgen.

Stipte treinen

In 1836 vaardigde de Belgische overheid een Koninklijk Besluit uit waarin stond dat elke stad zeer juist de lokale tijd zou moeten kunnen aflezen. Daarom moest in Antwerpen, Brussel, Gent, Brugge, Oostende en Luik een oculus worden geplaatst waardoor de plaatselijke meridiaan en dus ook het middagzonneuur precies kon worden vastgelegd. Niet toevallig passeerden door de vernoemde steden de eerste treinen en die moesten stipt vertrekken. Ook veertig andere steden moesten zo’n oculus installeren in hun kathedraal, stadhuis of ander openbaar gebouw.

Tot dan toe hadden zonnewijzers volstaan, maar die gaven al gauw een afwijking die tot een half uur kon oplopen. Op zo’n vlottende uurregeling kon je geen treinen laten rijden. Alhoewel, soms zou je gaan denken dat de NMBS weer de zonnewijzeruurregeling heeft ingevoerd. De eerste spoorlijn, Brussel-Mechelen leverde toen nog geen echt probleem op. Beide steden liggen ongeveer op dezelfde meridiaan, met nauwelijks 26 seconden verschil. Maar Oostende en Luik waren anders. Met Luik bedroeg het tijdsverschil 4 minuten en 49 seconden. De lokale meridianen gaven nu wel de juiste zonnetijd door, maar het verschil in lokale tijd bleef een probleem. In elk station moest de reiziger zijn horloge bijstellen. Nu is het gsm’en naar de railtime van je trein.

Mijnheer Quetelet

De grote meridiaan van Brussel was het werk van Adolf Quetelet, directeur van het eerste Belgische observatorium. Die meridiaan kwam niet in de rue du Méridien, maar Quetelet construeerde ze in juni 1836 in de Brussels kathedraal. In de dwarsbeuk werd aan de zuidelijke kant, in het glasraam met Maria van Hongarije een kleine oculus aangebracht op 10 meter vijftig hoog. De straal van de middagzon werd in koper vastgelegd doorheen de kathedraal en links en rechts duiden enkele dunnere lijnen de kwartieren voor en na de middag aan. Door de hoogbouw rond de kathedraal kan je het effect van de zon tegenwoordig maar zien tussen begin maart en midden oktober.

In 1892 schakelden we dan over naar de meridiaan van Greenwich en zullen alle Belgische steden en dorpen hetzelfde uur hanteren. Daarvoor moest de klok in Brussel 17 minuten en 29 seconden worden terug gedraaid.

De spoorwegen kregen in het Noordstation de juiste tijd door vanuit het Observatorium op het Queteletplein, dat er net naast lag en vanuit het Noordstation gaf men die tijd door naar alle andere stations. Zo kreeg België een zelfde uur in heel het land en moest je als treinreiziger niet telkens je horloge zitten bij stellen.

Verzet tegen de eenheidstijd

Tegen die eenheidstijd en de invoering van de Greenwich-tijd was nogal wat verzet. Zo zal Frankrijk tot 1911 wachten om die in te voeren. En ook in Brussel was er verzet, zowel in de gemeenteraden van Laken, Schaarbeek en Sint-Gillis. Burgemeester Charles Buls zal zich in Brussel verzetten omdat de verandering van uur ‘het biologisch ritme van de mensen aantast’. Waar hebben we dat nog gehoord?

De meridiaan van Brussel bestaat nog altijd, heel materieel in de St. Goedele kathedraal en je kan die lijn verlengen en zo in heel Brussel de plekken vinden waar die meridiaan doorloopt.

Een grillige tocht

Ik heb dus enkele stafkaarten gekocht en die meridiaan erop uitgetekend. Dat zou ons parcours worden. Mijn vrouw wou eerst niet mee, voor haar loopt in januari de meridiaan van Brussel door de Nieuwstraat, omdat het daar dan solden zijn. Maar toch, we vertrokken vanuit de kathedraal en zigzagden langs onbekende straten naar het noorden en kwamen uit in De Wand en op de Mutsaard, waar rechts Vilvoorde begint met het Voor en Koningslo en links Strombeek. Een hele middag stappen, met aftrek van obligaat cafébezoek om op te warmen, toch nog twee volle uren stappen. Ik wist niet dat Brussel zo groot was.

En ’s anderendaags, weer vanuit de kathedraal naar het zuiden via Elsene en Ukkel naar Verrewinkel, waar nog wat ongesmolten sneeuw lag en we eindigden in het bos. Vier uur stappen! Daarna liepen wij langs grote weiden, door een landschap waar geen enkel huis meer staat naar het station het Holleke waar je om het uur een trein kan nemen naar Brussel. Na twintig minuten arriveerden wij via Stalle, Kalevoet en Vorst in het Centraal-station en weer aan de voet van de kathedraal, waar dit verhaal over de meridiaan begon. Dus gordelaars, pak volgend jaar al jullie moed bijeen, trotseer Brussel en leer het kennen via zijn meridiaan. Ik wil graag voor de bezemwagen zorgen.

P.S. Ik zoek een fotograaf om over dit traject van de meridiaan een installatie te maken, of ‘iets anders artistieks.’

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Winter in Brussel

15 / 12 / 2010

 

De blaren van de platanen en de lindebomen zijn al lang gevallen. Erger nog, de Kerstmarkt staat er nu al weken, die jaarlijkse marteling die wij van burgemeester Thielemans moeten ondergaan om Vlamingen en ander vreemd volk naar Brussel te lokken met nog ergere kitsch dan die van Manneke Pis. Dit jaar is Marokko gastland. Ze hebben op het Katelijneplein iets opgetrokken dat een grote feesttent moet voorstellen, met daar binnen in een soek. Nog maar eens een stereotiep, Arabieren leven in tenten, of in de soek. Waarom geen Riyad in triplex? Daarmee lok je tenminste toeristen naar Marrakech of Fez. Of een proeverij van Marokkaanse wijn. Marokko heeft 50 000 ha wijngaarden. Die leveren jaarlijks 298.000 hectoliter op. Dat zijn 37 miljoen flessen. Waha! Dat is natuurlijk geen stereotiep, maar wel aangenaam drinken. Saha!

Dansaert-Vlamingen

Wat Brusselhaters de Dansaert-Vlamingen noemen trekken zich, nu het koud werd, terug in hun schulp. Niet in de Dansaertstraat (daar wonen maar 11 Vlamingen, al de rest zijn Marokkanen of andere Brusselaar), maar in de kroegen van de Vlaamse Steenweg. Eigenlijk zou men die yuppies de Vlamingen van de Vlaamse steenweg moeten noemen. Maar Dansaert-Vlamingen klinkt natuurlijk meer denigrerend.

Ik duik weg bij Marie-Thérèse. De ruiten zijn bewasemd. Er zitten geen inwijkelingen van de Vlaamse Steenweg, die zijn alleen in het zomers terras geïnteresseerd. Wel kaartspelende Asturiërs en Galiciërs. Verder Brusselaars met dikke buiken van het bier, of juist graat mager van de sterke drank. Café-filosofen zoals ik, die hun hand aan hun rechterslaap houden om te tonen dat ze nadenken, niet om te gsm’en.

De tijd laten passeren

Het is vier uur en het wordt vijf uur. Winterse middagen, dat is de tijd laten passeren zonder aan iets speciaals te denken. Niet aan een boek waaraan ik werk, zelfs niet aan een tekst voor deze blog. Neen, ik lieg. Wel aan mijn blog en waarom het aangenamer is om hier te zitten suffen, op internet noemen ze dat chatten. Liever dat dan een scherminfectie oplopen.

Volgende statie. Bij Linda. Daar komen nu ook kerstmarktbezoekers. Om te pissen. Linda hanteert daarom nu twee prijzen voor haar pils. Het bord met de tarieven ligt nu onder de toog. De normale prijs voor de gewone klanten en voor de Kerstfanaten een automatische toeslag van 30 cent voor het pissen. 50 Cent als het is zonder te drinken. Maar de sfeer is niet je dat. Er wordt haast geen Brussels gesproken, laat staan dat er gezwansd wordt, want de standhouders die hier dagelijks een plat du jour komen eten – ja, ja en toch is het daar geen restaurant, maar een café- komen vooral uit Frankrijk.

De richards uit Parijs

Brussel wordt al een tijdje overspoeld door Fransen uit het noorden. Eerst kwamen de richards uit Parijs. Ze verkochten hun stek in Versailles en verhuisden naar de Tervurenlaan. Minder belasting, goedkoper wonen en beter eten dan in Parijs. En dank zij de TGV maar even lang onderweg naar hun bedrijf als toen ze nog in de groene gordel rond Parijs woonden. Nu arriveert de middenstand. Mijn nieuwe restaurant om de hoek is van mensen uit Rijsel, en ook de nieuwe bakker is daar vandaan. Die sprak na drie maanden al een mondje Nederlands. Brussel laat Frans-Vlaanderen niet los. Kunnen wij Nederlandstalige Brusselaars hiervoor geen extra dotatie krijgen binnen de financieringswet?

Dan maar Chez Henri. Een van de weinige Brusselaars die nog Bargoens kan klappen en die weet hoe hij een Stella moet tappen. Het publiek is er voor een stuk vierde wereld. Maar het is aan die mensen toch dat je moet denken als het Kerstmis wordt?

Antraciet

Tijd om te eten. Dan maar de Paon. Steak Cheval met poivre crème. De kachel brandt. Het is een kolenkachel. Ik ga er naast zitten. Er staan twee volle houillenbakken naast. Hoe zeg je dat weer in het Nederlands: kolenkitten. Ik riek de antraciet. Het doet me denken aan vijftig jaar geleden thuis. Een huis met drie kamers. Boven twee slaapkamers. Een voor mijn ouders, een voor mij, en op het gelijkvloers een waskot en een leefkamer. Geen living, maar keuken, salon, alles in een. Verwarmd door een Leuvense stoof, en antraciet. Mijn moeder vulde ze ’s avonds bij, hopend dat er ’s ochtends nog vuur in zou zijn. Een heel klein beetje, en dat gaf ijsbloemen op de ruiten. Ik mocht maar mijn bed uit als het vuur was opgerakeld en de ijsbloemen bijna verdwenen. De reuk van antraciet. Nu, hier in de Paon. Jeugdsentiment. Mijn avond kan niet stuk.

En toch. Er komen twee mannen binnen, overgeparfumeerd. Homo’s? Maar dat is niet wat me stoort. Dat weten Henri en Maxime (ik was op hun huwelijk, het eerste in Brussel). En Paul, die veertig jaar geleden mij negeerde. Omdat hij dacht dat ik met een jongen was, waar hij op geilde. Of Frank. Die ging bij de loge en wou mij ook bij zijn loge. Waarom niet? Maar wat bleek, hij was niet echt bij de loge. Maar als homo hadden ze hem in een ‘gemengde’ werkplaats gecaseerd. Zeg maar een ‘vrouwenloge’.

Nu wou ik wel weten welke carrièrevrouwen daar lid van zijn, en vooral ik wou ze zien in hun leren schortje, met hun truweel. Maar toch, trop is teveel zei Van den Boeynants, en van hem weet ik zeker dat hij niet bij de loge was. Terug naar mijn homo’s in de Paon. Niks tegen hen dus, wel tegen hun reuk. Die parfum, ik rook geen antraciet meer. Adieu, jeugdsentiment.

Het is koud, zelfs mijn verstand bevriest. Toch maar even op de computer gekeken op zoek naar een goedkoop ticket voor Marokko. Air Arabia, Brussel-Fez 49 Euro. Daar kunnen ze bij Ryanair een punt aan zuigen. En ik ga Marokkaanse wijn drinken, weg met de glühwein.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Een witte bij de bruinen

01 / 12 / 2010

 

Ik weet niet of u het Marokkaanse badplaatsje Martil kent. Waarschijnlijk niet, want er komen geen ‘witten’. In juli en augustus vertienvoudigt de bevolking, want dan arriveren de Marokkanen uit Nederland en België, en ook uit het Marokkaanse binnenland. Het merkwaardige is dan niet zo zeer dat je merkt hoe relax ze daar zijn, in vergelijking met in Brussel of Antwerpen, en hoe tolerant - van top tot teen geklede vrouwen doen er aan pootje baden naast bikini-modellen, maar wat mij vooral verbaast is dat je direct de Hollandse Marokkanen van de Belgische kan onderscheiden en die dan weer van die uit de rest van Marokko.

Drie soorten

Er lopen in Martil drie soorten Marokkanen rond: de Hollanders met veel lawaai en armgezwaai, druk-druk telefonerend met hun mobieltje, in het Nederlands. Zodat iedereen hoort, we zijn van ginder. De Belgen die het kalmer aan doen, op zijn Belgisch genietend op de terrassen en de locals die dat alles over zich heen laten gaan. Eigenlijk, denk ik dan. Die zijn verdomme goed geïntegreerd, anders zou je ze niet zo makkelijk als Hollanders of Belgen herkennen. Waarbij ik maar wil zeggen dat als politici het hebben over het mislukken van de integratie ze eigenlijk de schuld misschien ook elders moeten zoeken.

Bij de overheid bijvoorbeeld, die in het onderwijs nog altijd niets doet aan het massaal afhaken van Belgisch-Marokkanse leerlingen en als die dan toch doorstromen, bijna altijd naar het beroeps. Een overheid die quasi niets doet aan de beschamende werkloosheidcijfers: tot 60% bij jongeren in sommige Brusselse wijken. Maar die wel de hoofddoek wil verbieden. Bent u al ooit lastig gevallen door een meisje met een hoofddoek? Hoofddoeken verbieden kost niets en levert stemmen op. Iets doen aan werkloosheid en onderwijs dat is natuurlijk wat anders.

Om van het racisme niet te spreken, zowel bij het zoeken naar een job als naar een huis. Integreer zo maar. En toch doen ze het. Als je het niet gelooft, ga eens naar Martil.

Vlaamse identiteit

Eigenlijk willen die politici dat onze Marrokanen assimileren in die Vlaamse identiteit die ze ook ons autochtonen sinds de jaren 1990 in de strot proberen rammen. Als ik de term ‘Vlaamse identiteit’ hoor, dan voel ik mij ook niet ‘geïntegreerd’. Trouwens, ik bouw zelf wel mijn eigen identiteit op. Daar heb ik geen overheid voor nodig en daarbij is ‘nationale identiteit’ maar een heel klein deelaspect. En Vlaams is die niet. Niet dat ik iets tegen Vlamingen heb. Mijn vrouw is een ‘Vlaamse’, want geboren in Brugge en ook niet tegen het woord ‘Vlaming’, als het tenminste de lading dekt die het in onze glorieuze zestiende eeuw had, waarbij ‘Hollanders’ of ‘Luikenaars’ ook Flamenco’s en Fiamminghi’s waren.

Maar toen ik eind de jaren 1950 begonnen ben met de opbouw van mijn identiteit was dat ‘nationale element’ vooral Brabants. Niet omdat ik dit zo koos. Wel de meester in het vijfde studiejaar die mij gedichtjes leerde als ‘Brabant, heuvelland…’ Of mijn moeder als ze vertelde: ‘Weet je, de die en de die is getrouwd met een vreumde, dan bedoelde ze geen Marokkaan of Italiaan, maar iemand ‘uit de Vlaanders’. Dat waren vreemden toen. Heel parochiaal, zoals de Vlaamse identiteit nu.

Een Brussels flamingant

En het Belgisch gevoel heb ik van mijn grootvader, ook mijn flamingantisme trouwens. Ja, u hoort het donderen, maar in Brussel spreek ik bijna uitsluitend Nederlands op café of in de winkel, en ik krijg de Vlaamse sijskens als zo’n Vlaming die denkt dat je in Brussel nergens met Nederlands terecht kan, mij de weg vraagt naar La Grande Marchée, in plaats van naar de Grote Markt, die verwijs ik steevast door naar de Nieuwstraat en City 2, dat is een ‘grand marché’.

Trouwens toen ik puber was heb ik nog rond gereden in Brussel met een Vlaams Leeuwtje aan het stuur van mijn fiets. Echt iets voor pubers, zo met een Leeuwtje wapperen, maar dat waait over als je merkt dat de wereld complexer in mekaar zit. En ook mijn ‘identiteit’ is iets complexer geworden dan wat ze ons nu willen opdringen.

Mijn grootvader heeft vier jaar in de loopgraven aan het IJzerfront gevochten, om België te verdedigen, zoals hij zei. Zijn ingekaderd erediploma hangt nu in mijn bibliotheek en op 11 november heb ik het nog eens afgestoft: Gevochten in Merckem, Beveren, Stadenberg, Westrozebeke, de Leie en de afbuiging van de Leie. En toch hij was flamingant: iemand die opkwam voor de taal en cultuur van het gewone volk, de werkman en de kleine middenstander, maar geen Vlaams-Nationalist, die waren ‘aangebrand’. En hij zou ze nu zeker niet begrepen hebben.

Le Kern

Nu men om federaal minister te worden Nederlands moet kennen, nu de premier van dit land al decennia lang Nederlandstalig is, nu de kabinetsraad en het kernkabinet overwegend in het Nederlands vergaderen, zodat de Franstaligen het hebben over ‘Le Kern’. Hij zou zijn oren niet geloven en ik hoor het hem al zeggen als hij de politici nu zou bezig horen over de onafhankelijkheid van Vlaanderen: “Ze zijn zot geworden, wij hebben gewonnen en wij controleren nu België, en nu willen ze het weg. Daar zit wat achter.”

En inderdaad, hier zit wat achter. Als ik tussen de regels van dit Vlaams identitair discours lees, dan gaat het al lang niet meer over de culturele of nationale rechten van de gewone man, maar dan hoor ik de stem van het Vlaams Patronaat: Leve een onafhankelijk Vlaanderen, met minder socialisten, met zwakkere vakbonden en met ultraliberalisme. En die inhoud heeft met mijn identiteit niets te maken, ook niet met mijn nationale identiteit. Dan voel ik mij zoals al die ‘Vlaamse Marokkanen’, niet echt geïntegreerd. Ik wil mij niet laten assimileren, zeker niet door dat Vlaams Patronaat.

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod